Interview met Yvonne van Genugten – Directeur Indisch Herinneringscentrum

Gepubliceerd op 19 september 2017

Interview met Yvonne van Genugten– Directeur Indisch Herinneringscentrum

Geopend:         2007
Medewerkers:  4,5 fte en 20 vrijwilligers
Bezoekers:       40.000

Waar komt uw interesse voor de Tweede Wereldoorlog vandaan?
Dat is er eigenlijk onbewust ingeslopen. Mijn moeder is in Nederlands-Indië (het huidige Indonesië) geboren, dus de band met Indonesië was er al van jongs af aan. Mijn interesse in mijn afkomst uit zich ook in het feit dat ik Indonesische talen en culturen ben gaan studeren. Ik merkte dat mijn moeder en mijn opa en oma, na deze keuze van mij, veel meer gingen vertellen over hun leven in Nederlands-Indië, maar ook over hun tijd in de Japanse interneringskampen en de heftige periode daarna.

Wat is voor u het meest indrukwekkende stuk uit de eigen collectie?
We hebben zelf weinig collectie. Dit gaat wel veranderen op onze nieuwe locatie in Den Haag. Hier gaan wij invulling geven aan een ‘pleisterplaats’ voor de Nederlands-Indische gemeenschap. Wij willen hier de samenwerking aangaan met verschillende organisaties. Zo gaan wij onder andere de samenwerking aan met het Moluks Historisch Museum. Zij hebben een collectie en opteren ook voor een plaats in het pand aan de Sophialaan 10 in Den Haag. Wij zijn vooral een plek waar we de verhalen van de mensen uit het voormalige Nederlands-Indië vertellen. Elk verhaal is bijzonder. Het is lastig daarin een keus te maken. Als ik dan toch een voorwerp uit de collectie moet noemen, dan vind ik een pannetje dat wij hebben heel bijzonder. Het is een pannetje van de heer Sirag, die geïnterneerd is geweest in diverse interneringskampen. Hierin graveerde hij de namen van de kampen waarin hij geïnterneerd is geweest. Het pannetje vertelt daarmee het verhaal van de persoon die het graveerde.

Wat maakt de verhuizing noodzakelijk?
Ruimtegebrek. We wilden uitbreiden, maar dat was op de huidige locatie moeilijk te realiseren. Den Haag is als dé Indische stad van Nederland ook een logische plaats om heen te gaan. Toen het nieuws bekend werd, merkten we gelijk al dat we erg veel aanmeldingen kregen van mensen die vrijwilliger willen worden op de nieuwe locatie. Ook willen we ons op de nieuwe locatie meer op educatie gaan focussen. In Arnhem krijgen we maar weinig jongeren op bezoek. Dit willen op de nieuwe locatie veranderen.

Welke collega-instelling vindt u inspirerend?
We werken intensief samen met de andere herinneringscentra. Hier halen we veel inspiratie uit en het is fijn om te zien hoe goed zij bezig zijn. Ik vind het persoonlijk bijvoorbeeld heel knap hoe Herinneringscentrum Kamp Westerbork steeds weer publieke aandacht weet te genereren.

Welke gevaren ziet u voor de sector?
Samenwerking is erg nuttig en je kunt hierdoor veel aan elkaar hebben, maar het kan ook ingewikkeld zijn. Er zijn bijzonder veel oorlogserfgoedinstellingen in Nederland, elk met zijn specifieke eigenheid. Je alleen richten op grote samenwerkingsprojecten is te beperkt. Bij samenwerking is het vaak de vraag: hoe behoud je je eigenheid als je intensief gaat samenwerken?

Foto’s: Serge Ligtenberg