Interview met Natalie Rosenberg- PR & Marketing Airborne Museum ‘Hartenstein’

Gepubliceerd op 17 april 2018

Wat is jouw functie?
PR & Marketing

Waar komt jouw interesse voor de Tweede Wereldoorlog vandaan?
De onrechtvaardigheid, de gedwongen keuzes, de enorme moed van mensen en het feit dat mensen zo massaal kunnen gehoorzamen aan leiders die hele bevolkingsgroepen uitsluiten hebben me altijd gefascineerd. Een oorlog kent vele uitersten. Ik herinner me dat ik als jong meisje de film Sophie’s Choice zag en heel erg onder de indruk was. Ik bleef me afvragen hoe mensen elkaar dit aan konden doen.

Ook maakte de herdenking van de Slag om Arnhem op de Airborne begraafplaats jaren geleden diepe indruk op me. Dit vindt ieder jaar in september plaats om de meer dan 1750 gesneuvelde geallieerde militairen in bijzijn van veteranen, hun familie en duizenden geïnteresseerden te herdenken. Al die jonge mannen die hun leven hebben gegeven tijdens de oorlog… ik vind het heel belangrijk dat we daarbij stil blijven staan en kinderen actief bij betrekken. Traditioneel leggen schoolkinderen uit Oosterbeek en omgeving bloemen op alle graven en dat is een heel bijzonder moment.

Mijn werk bij het Airborne Museum heeft mijn interesse verder aangewakkerd. Vooral door alle mensen die ik hier ontmoet, die zich vaak met hart en ziel inzetten om het verhaal te blijven vertellen. Zoals ooggetuigen van de Slag om Arnhem, die iedere maand in het museum hun persoonlijke verhaal komen vertellen. Maar ook door de bijzondere tentoonstellingen die het verhaal steeds weer vanuit een ander perspectief vertellen.

Wat is voor jou het meest indrukwekkende stuk uit de eigen collectie?
Een object kiezen vind ik moeilijk. Het zijn vooral de mensen met hun persoonlijke verhalen die mij raken. Wat ik ongelofelijk bijzonder vind is de nieuwe tentoonstelling For Valour. In For Valour worden de hoogste Britse militaire onderscheidingen die naar aanleiding van de Slag om Arnhem zijn uitgereikt voor het eerst in de geschiedenis gezamenlijk gepresenteerd. Het museum heeft de Victoria Crosses (VC’s) in bruikleen ontvangen van verschillende Britse musea en daar zijn we ongelofelijk trots op. Dit zijn de Rembrandts van de Slag om Arnhem. Het is dan wel geen eigen collectie, maar ze horen eigenlijk wel een beetje thuis in het Airborne Museum.

De enorme moed en inzet die deze mannen hebben getoond is indrukwekkend. Vier VC’s zijn postuum uitgereikt, waaronder die van John Grayburn. Ondanks zijn verwondingen bleef hij doorvechten. Hij heeft de Slag om Arnhem niet overleefd en liet een vrouw en zoon van 1,5 na. Zijn zoon was bij de opening van For Valour en dat maakte het extra speciaal.

Welke collega(-instelling) binnen de Stichting Musea en Herinneringscentra vind jij inspirerend en waarom?
Ik heb gemerkt dat de collega’s van Kamp Vught, Kamp Westerbork, Joods Historisch Museum en alle andere organisaties ontzettend bevlogen zijn om hun verhaal aan een zo groot mogelijk publiek te vertellen. En dat is waar het wat mij betreft om gaat!

Wat is het belangrijkste doel dat jij in de samenwerking tussen de SMH-instellingen wilt bereiken?
Dat is vooral samenwerken. En het Jaar van Verzet is daar een mooie start voor. Hoe krijgen we met elkaar de Tweede Wereldoorlog bij een zo breed mogelijk publiek onder de aandacht. Ik denk dat er ook nog voordeel te behalen is door gezamenlijk media in te kopen en meer campagnes op te zetten richting specifieke doelgroepen om ze te triggeren al onze musea te bezoeken.

Wat is het belangrijkste onderwerp dat jullie als museum behandelen?
Dat is het besef meegeven dat veel jonge jongens en mannen hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid en dat wat nu in een land als Syrië gebeurt, nog niet eens zo lang geleden zich hier afspeelde. Ik hoop dat een museumbezoek eraan bijdraagt dat mensen onze vrijheid nog meer koesteren en alert blijven om het te behouden.

2018 is het Jaar van Verzet, welk verhaal over verzet blijft jou het meeste bij?
Wij hebben in maart de nieuwe tentoonstelling Het Netwerk geopend. Deze tentoonstelling laat ziet dat er wel degelijk sprake was van een verzetsnetwerk, dat er gecoördineerd werd samengewerkt. Het verhaal van Jan Groen Tukker en Marten Jan Kuik spreekt mij erg aan. Jan Groen Tukker moest tijdens de oorlog als Provinciaal Voedselcommissaris voor de Provincie Gelderland samenwerken met de bezetter. Hij moest voedsel distribueren aan zowel de bezetters als Nederlandse bevolking. In deze functie wist hij echter ook voedsel te verduisteren en dit deed hij met zijn accountant Marten Jan Kuik. Het voedsel werd verspreid onder onderduikers. Ondanks de risico’s die hij hiermee nam werd na de oorlog een onderzoek naar Tukker ingesteld. Wanneer was iemand nou goed of fout in de oorlog is ook een vraag die me bezighoudt. Marten Jan Kuik verloor twee zonen. Zij waren betrokken bij het verzet en werden tijdens een controle van de SD en SS geëxecuteerd.