Interview met Willemien Meershoek – directeur Nationaal Monument Kamp Amersfoort

Gepubliceerd op 8 februari 2018
Laarzen Berg

Foto: Gabrielle de Kroon

Waar komt uw interesse voor de Tweede Wereldoorlog vandaan?
Al van jongs af aan las ik boeken over de oorlog en, wat later, over concentratiekampen. Ook bij geschiedenislessen was dit mijn favoriete onderwerp. Het was, en is, vooral een fascinatie op wat met ons als mensen kan gebeuren in tijden van oorlog. Hoe machteloos het voelt als je de onrechtvaardigheid laat doordringen. Als kind stelde ik me voor hoe moedig ik zelf zou zijn. In een recente show van Claudia de Breij noemde ze hoe ze zich vroeger voorstelde zoals Hannie Schaft te zijn; heel herkenbaar.

Wat is voor u het meest indrukwekkende stuk uit de eigen collectie?
Het meest indrukwekkende in de collectie van Kamp Amersfoort vind ik de laarzen van kampcommandant Berg. Het waren zijn eigen laarzen en ze zijn groot! Laarzen, behorende bij uniformen, zijn sowieso intimiderend. Als je je realiseert dat Berg daar zelf in heeft gestaan, lijkt het allemaal heel kort geleden en zie je voor je dat er een levend persoon in heeft gestaan. Een persoon die vreselijke daden jegens anderen heeft begaan.

Welke collega-instelling vindt u inspirerend?
De collega-instellingen die ik heb bezocht, vind ik allemaal inspirerend. Allen op een eigen manier. Ik vind met name een aantal collega’s heel inspirerend. Gewoon door hoe ze met hun museum bezig zijn, er iets goeds van maken. Het serieuze en kwalitatief hoogstaande werk voor het Verzetsmuseum Amsterdam, het enthousiasme voor het (aankomende) museum in Zeeland, de drive en het lef voor het Airborne museum, de eigenheid en consistentie voor Overloon. De musea en herinneringscentra worden allen geleid door serieuze, ondernemende en loyale collega’s en ik vind het prettig daar deel van te mogen uitmaken.

Wat is het belangrijkste onderwerp dat jullie als museum behandelen?
Het belangrijkste bij een bezoek aan Kamp Amersfoort vind ik dat je je als bezoeker iets gaat realiseren dat belangrijk is voor vandaag. Bij alle rondleidingen, herdenkingen en lezingen, word je geconfronteerd met een gewelddadig stukje geschiedenis uit WOII. Die confrontatie doet de bezoeker beseffen dat het een groot goed is om in relatieve vrijheid te mogen leven. Bij rondleidingen en herdenkingen wordt daar vaak aan gememoreerd. Ik ga daar bij elke gelegenheid graag een stapje verder in door te benoemen dat we bij elk vooroordeel dat we uiten jegens een groep, of dat nu Joden, homo’s, Islamieten of vluchtelingen zijn, we die groep steeds een stukje vrijheid ontnemen. Vooroordelen leiden tot onverdraagzaamheid, tot haat. We perken bij het uiten daarvan niet alleen onszelf in, maar zorgen er ook voor dat mensen uit beoogde groepen niet meer het gevoel hebben veilig en vrij over straat te kunnen lopen. Vooroordelen zijn heel makkelijk uit te spreken, en we bevestigen elkaar daar net zo makkelijk in. Laten we daar mee stoppen. Vrijheid begint bij onszelf.

2018 is het Jaar van Verzet, welk verhaal over verzet blijft u het meeste bij?
Het jaar van Verzet doet mij steevast denken aan al die verzetslieden die op o.a. de Leusderheide zijn geëxecuteerd. Dat waren mensen die zich bij een verzetsgroep hadden aangesloten, zoals de Oranjewacht, de Leeuwengarde, Volksmilitie; mensen met veel moed. Of ze nu een trein saboteerden of een verboden krant (de Waarheid, Parool) verspreidden. Hun lot was hetzelfde. Maar ik denk ook aan de grote groep moedige mensen die na de oorlog formeel niet tot verzetshelden werden gerekend. Dat waren de schuilplaatsverleners, oftewel degenen die onderduikers in huis namen. Ook zij namen enorme risico’s met de doodstraf tot gevolg wanneer ze werden betrapt of verraden. Op het terrein van Kamp Amersfoort staat sinds 3 jaar een monument dat speciaal voor deze doelgroep door de kunstenaar Erik Claus is vervaardigd.